Archive for oktober, 2014

Satérun

Kom er maar op; de satérun.
Maar, het idee komt niet uit onverwachte hoek.
John en Stephaan organiseerden al eerder de Kibbelingrun.
Het concept is elders al eerder bedacht en uitgevoerd. Samen een stuk lopen, en na afloop ergens aanschuiven.
De kibbelingrun smaakte volgens de heren naar meer.
Geef ze een paar hardloopschoenen en ze rennen. Als er dan een tentje er ook maar een beetje gezellig uitziet dan gooien ze á la minuut de ankers uit.
Zo stel ik mij in elk geval hun inspiratiebron voor…
Hoe dan ook, gisteren stond ik op het Julianaplein in Wijk aan Zee te wachten op het startsein wat Stephaan zou gaan geven. En met mij veel bekenden.
En leuk is het. Punt uit. Er is geen moeten, er hoeft geen pr gelopen te worden. Het tempo ligt rustig genoeg zodat iedereen ook tijdens het lopen aan een praatje toekomt.
John had twee routes uitgestippeld. Beiden iets meer dan 6 km.
De eerste ronde was mij welbekend. Door de duinen bij Wijk aan Zee. Een mooie route, bijna een must voor een hardloper die Wijk aan Zee aandoet.
Door met een groepje te lopen, en onderweg met Jan en Alleman te kletsen, is een route van 6 km, inclusief het nodige klimwerk, ook in no time afgelegd.
We stonden alweer op het Julianaplein, het hartje van Wijk aan Zee.
Een ploegje nieuwe lopers voegden zich bij de rest en na een dynamisch intermezzo ging de ploeg over de Zeestraat richting Beverwijk.
Op de terugweg naar zee wist John mij nog even te vertellen dat ik nog een bijzonder stukje Wijk aan Zee te zien zou krijgen.
Ow? Ik dacht eigenlijk dat ik alle hoeken en gaten van Wijk aan Zee wel kende.
Ik zou mij laten verrassen en bleef de terugreis in de achterhoede bij Jessica en Paul lopen.
Voor mij overigens best leuk om hier aan mee te doen. Niet in functie, gewoon meelopend en zo ook eens losjes in gesprek met Ineke, Hildegard, Diana, Sylvia, Jessica, Sandra, Roland etc.
Terug in Wijk aan Zee keek ik op mijn klokje. Bijna 12 km. Wat voor stukje Wijk aan Zee zou ik dan nog te zien moeten krijgen?
Het was inderdaad een verrassing. Tegenover de Heliomare doken we een dal in, wat in mijn ogen ongekend mooi is. Niet onbekend, ik was er al eens eerder geweest. Lang geleden en ik was het glad vergeten. Wauw John, dankjewel!
Laat alsjeblieft dit pareltje van Wijk aan Zee, ingeklemd tussen de laatste duinen en het dorp, voor altijd onaangetast blijven. Je waant je er in het buitenland!
John en Steef waren nog niet klaar met hun verrassingen. Oh, laat ik nu meteen maar even hun vrouwen hierbij noemen: Saskia en Carla. Iets diep in mij zegt dat ook zij zich hiermee hebben bezig gehouden.

Als klap op de vuurpijl: het Saté Buffet.
We streken met zijn allen neer, na 13 km rennen, in ‘het Paasdal’
Je moet het weten, anders loop je er voorbij. Maar heb je er eenmaal gezeten en gegeten dan kan je het niet meer vergeten! Er was ruim voldoende, geen zuinig gedoe. En alles even smakelijk. Hier had iemand met passie voor zijn werk een buffet neergezet. Grote klasse!
Ik heb zitten smullen!

John, Steef, Carla en Saskia: Bedankt!
2014-10-27 05.19.44

2014-10-27 05.20.59

2014-10-27 05.21.28

2014-10-27 09.33.06

2014-10-27 18.38.45

Advertenties

Read Full Post »

30 km

“welke marathon ga je lopen?”
“geen”
“huh, waarom doe je dan 30 km?”

Ik weet nog precies wie het vroeg en uiteraard, waar.
Het was in Spaarnwoude in het startvak van een loop over 10, 20 of 30 km.
Puur uit nieuwsgierigheid had ik mij daartoe ingeschreven. Zou ik 30 km achter elkaar kunnen rennen?
Het was toen in maart 2009 de enige reden het te doen.
Het lukte, maar na de finish wist ik niet goed hoe ik bij de auto moest komen. Alles deed zeer. Mijn voeten!
Het was ook een 30 km met onophoudelijke regen. Ergens op het parcours was een klein tunneltje waar wij drie maal doorheen moesten draven. Geen ontkomen aan een diepe plas water waar geen droog plekje te vinden was.

Mijn laatste 30 km liep ik in mei 2013.
Er zijn mensen die denken dat ik regelmatig marathons loop, en dus ook zeer regelmatig die hele lange duurlopen. Nou nee hoor. Mijn laatste marathon was in juni 2013. Mijn meest succesvolle was in Amsterdam 2012.
Daarna ging het bergafwaarts met de lange duurlopen. Het wilde niet meer. Op de gekste momenten, geen peil op te trekken, moest ik gewoon stoppen. De benen wilden niet meer. Dat kon op een 13 km punt zijn maar ook op een 20 km punt of weer wat later. Op een gegeven moment hield ik het gewoon voor gezien. Dan maar niet.
Stoppen, voordat de lol eraf zou gaan.

“Fijn dat je het lopen weer leuk vind!”
Uh, leuk vond ik het toch wel hoor. Het langere werk uiteraard niet meer zo. Maar het lopen op zich noch altijd wel. Dat is dus een misverstand.
Toch bleef het diep in mijn achterhoofd knagen.
“Zou ik dat nou echt niet meer kunnen?”
Als dat zo is, dan zou ik mij daar wel bij neer kunnen leggen. Maar het liefst zou ik dat op een gegeven moment gewoon zelf beslissen. Nu voelde het of een kaarsje langzaam was uitgegaan.

De laatste maanden gaat het met de langere duurlopen weer probleemloos. Of dat nu de halve marathons op Vlieland en Texel waren, of de loopjes met Dave door de polder. Ze gingen bijna allemaal zonder enig probleem. Schoorvoetend liep ik ergens in de zomer op een zaterdagochtend een 27 km. Van Wijk aan Zee naar Egmond. Verdraaid! Het ging boven verwachting goed. Nergens had ik hoeven stoppen.

Zou ik dan…30 Km?
Misschien toch nog een marathon?
Diep in mijn hart wilde ik dus toch nog een paar marathons lopen.

Waar komt die drang vandaan?
Het is, hoe je het ook went of keert een enorme prestatie; 42,195 km rennen. Natuurlijk zijn er mensen die het zo even weglopen. Ik niet. Ik moet er best wel wat voor doen, en laten. Juist de aanloop tot een marathon spreekt mij aan. Het trainen. En bij de langere duurlopen, de mooie routes. Als kroon op het werk dan uiteindelijk het evenement, of dat nu Amsterdam is, Rotterdam of waar dan ook.

Met hetzelfde gevoel als toen in Spaarnwoude, stond ik vandaag klaar om te gaan lopen. Niet in het startvak maar voor mijn eigen deur. Van huis uit naar Egmond, en weer terug. Goed voor ruim 30 km. Zou ik het nog kunnen? Lood in de schoenen is een forse uitdrukking in dit geval, maar het gevoel kwam aardig in die buurt. “Rustig lopen!” Zowel Onno als Niels hadden mij dat even ingewreven. En gelijk hebben ze.
Dus liep ik rustig. En lekker. Best lekker. Er was geen sprake, de hele reis niet, van aftellen. Nee hoor. Ik liep op mij heen te kijken. Zorgde ervoor dat het lopen goed bleef voelen.
Hoppa, de eerste 10 km zat er eigenlijk zo op. De route kennende wist ik dat bij km 16 ongeveer de Abdij zichtbaar zou zijn. Bij ongeveer km 18 zou ik dan bij de eerste de beste vuilnisbak stoppen om een gel te nemen. Kort stoppen, en meteen weer doorlopen.
Het was ook achteraf de enige reden om te stoppen. Die eigenaardige, zeg maar ellendige drang om te stoppen zou weg blijven.
Bij km 22 kreeg ik het zwaar. De wind tegen. Het tempo zakte maar ik vond het helemaal prima. Dan maar langzamer. Ik bleef lopen en vond het niet nodig te stoppen. Bij welk punt ik dat deed voor de derde en laatste gel weet ik niet meer. Maar ook die stop was kort.
Met een lach op mijn gezicht zag ik op mijn klokje 28 km. Nog maar twee!
29.
30!!!

Yes!

Read Full Post »