Het rondje pak ik vaker. Het is meteen goed voor een fiks aantal kilometers. Nadenken over hoe te lopen is niet nodig. Het kan nagenoeg gedachtenloos. Nu ik thuis zit en dit opschrijf besef ik me dat ik het ook misschien wel gedachtenloos heb gelopen.
Over hoe het was zou ik een blog van voorgaande keren kunnen kopieren en hier onder plakken. Ware het niet dat het lopen wel erg soepel ging. Er kleefde deze keer geen opdracht aan. De coach liet me zonder missie gaan. Lopen op gevoel. En dat deed ik dus.
De berichten over de temperatuur waren positief, maar er klonken wel woorden als fris en koel. Ik keek even op mijn telefoon en zag dat het inderdaad maar drie graden was. Lange tight en lange mouwen dan maar. Daar had ik binnen 2 kilometer wel spijt van. Het was al snel warm. De eerste kilometers gebruikte ik om even los te komen. Daarna schakelde ik over op een tempo rond de 5’25″. Dat tempo zou ik vast proberen te houden. Eigenlijk hoefde ik weinig op de klok te kijken. Dit voelde lekker en volhouden leek geen probleem. Het zou ook nergens moeilijk gaan worden. Onderweg naar Assendelft liep ik nog even Dave tegen het lijf. Hij al op de terugweg, ik nog lang niet.
Het is zondag. Een rustdag. Afgezien van de kerkelijke inhoud ervan, was de rust merkbaar. Geen wind en geen regen maakt het stil in de polder. In de verte zag ik dat de windmolens niet bewogen. Het water in de vaart van Nauerna was rimpelloos. Alleen de waterkippen en enkele eenden zorgden voor wat beweging. De zon deed zijn best en het zweet guste van mijn hoofd.
Helaas was ik al weer snel door dat koddige Nauerna heen. In de haven was het ook stil. In de natuur worden de kleuren weer feller. Het gras is groener, het riet wit/geel. In het gras zat een gitzwarte kat roerloos voorzich uit te kijken. Het was er muisstil. Nee toch niet…pats!
Gaandweg kon ik beredeneren dat ik wat kilometers te kort zou komen. 27km was eigenlijk de bedoeling. Zou ik een omweg maken? Nee, ik besloot dat ik liever even wat ging versnellen. Even zien of dat er na 19km nog in zou zitten.
Het zat er in.
Met een big smile liep ik mijn eigen straat weer in. De buurtjes Harm en Kim liepen nog even op mij in.
Ook lachend.















